Zelf maken

Zaadpapier zelf maken: van snippers tot bedankje

Hand met een klomp natte groene papierpulp erin, boven een teil met water
Foto: Michellecornelison — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Zaadpapier maak je van oud papier dat je weekt, tot pulp mixt en met bloemzaad door een zeef schept. Het is eenvoudig maar traag: het scheppen kost weinig tijd, het drogen een dag of langer. Voor 50 bedankjes reken je op twee middagen, en de belangrijkste regel is dat het zaad nooit warm mag worden.

Wat je nodig hebt

Oud papier zonder glans: krant, eierdozen, printerpapier, wc-rollen. Glanzend papier en enveloppen met een venster laat je liggen, want de coating en het plastic gaan niet uit elkaar.

Verder: een teil, een staafmixer, een schepraam of een oude fotolijst met horgaas erin, een paar theedoeken of vellen vilt, en bloemzaad. De rest heb je in huis.

Welk zaad werkt

Kies zaad dat klein en plat is, want dikke zaden vallen uit het vel. Goede keuzes zijn goudsbloem, klaproos, judaspenning, campanula en kant-en-klare mengsels voor wilde bloemen of weidebloemen.

Neem bij voorkeur een mengsel voor inheemse of bijvriendelijke bloemen. Dat kost niet meer, en het voorkomt dat je vijftig tuinen vult met iets dat hier niet thuishoort.

Kruidenzaad kan ook — basilicum, bieslook — en heeft één voordeel: de ontvanger weet meteen wat hij ermee moet.

Weken, mixen, scheppen

Scheur het papier in kleine stukjes en laat het weken in warm water. Een paar uur is genoeg voor krant, een nacht werkt voor steviger papier.

Mix het daarna tot een gladde pulp en verdun met water tot het lijkt op dunne pap. Te dik levert een grof, brokkelig vel op; te dun levert een vel dat uit elkaar valt bij het optillen.

Roer het zaad er pas op het laatst door, met de hand en niet met de mixer. Dat is de belangrijkste stap van het hele recept.

Waarom het zaad niet in de mixer mag

Een staafmixer breekt zaadjes stuk, en een gebroken zaadje kiemt niet meer. Dat is de fout die het vaakst gemaakt wordt, en je merkt hem pas als de ontvanger een half jaar later niets ziet opkomen.

Om dezelfde reden geldt: geen warm water meer zodra het zaad erin zit, en niet drogen op de verwarming of in de zon. Warmte doet met zaad hetzelfde als een mesje.

Wie zeker wil weten dat het zaad goed is, doet vooraf een kiemtest: leg 10 zaadjes op vochtig keukenpapier en kijk na 7 tot 10 dagen hoeveel er ontkiemd zijn. Elk gekiemd zaadje staat voor 10%. Boven de 80% is uitstekend, tussen 50 en 70% bruikbaar mits je wat dikker zaait, en onder de 50% kun je beter nieuw zaad kopen.

Het schepraam horizontaal houden

Doop het raam onder in de teil, haal het er in één beweging recht uit en laat het water eruit lopen. Kantel je daarbij, dan loopt de pulp naar één kant en krijg je gaten in het vel.

Dat is de tweede veelgemaakte fout, en hij is met een simpele ingreep te voorkomen: houd het raam met twee handen aan de korte zijden vast en til recht omhoog.

Druk daarna het meeste water eruit met een spons voordat je het vel op een doek kiepert. Hoe droger het vel de doek op gaat, hoe minder kans dat het scheurt.

Wanneer is het droog genoeg

Geen enkele handleiding noemt een droogtijd, en dat is terecht: die hangt af van de dikte van het vel en van hoe vochtig het in huis is. Reken op minstens een etmaal, en op langer bij een dik vel.

Gebruik daarom een test in plaats van een klok. Een vel is droog als het aan alle kanten stug aanvoelt, als de rand niet meer omkrult en als het licht kraakt wanneer je het buigt. Voelt het midden nog koel aan je lip, dan is het nog vochtig.

Dit is niet vrijblijvend. Papier dat te lang nat blijft, laat de zaden kiemen terwijl ze nog in het vel zitten, en dan heb je een bedankje dat na twee weken beschimmelt in een zakje. Laat het liever een dag te lang liggen.

Opschalen naar vijftig bedankjes

Alle recepten die je vindt gaan over een paar vellen. Voor een kraamvisite heb je er 40 tot 50 nodig, en dat verandert de aanpak.

Uit één A4 aan zaadpapier snijd je ongeveer 12 kaartjes van 4 × 6 cm. Voor 50 bedankjes heb je dus zo'n 5 vellen nodig, plus een paar voor mislukkingen: reken op 7. Dat is minder dan de meeste mensen denken.

De beperking is niet de hoeveelheid pulp maar de droogruimte en het aantal doeken. Met één schepraam en zes theedoeken maak je zes vellen per ronde, en dan moet je een dag wachten. Twee middagen met een dag ertussen is dus een realistische planning, en dat is aanzienlijk meer doorlooptijd dan zakjes vullen.

Wat het kost tegenover kopen

Zelf maken kost je het zaad en verder vrijwel niets: het papier is oud papier en het gereedschap maak je van een fotolijst.

Een zakje bloemzaad kost een paar euro en levert genoeg voor tientallen kaartjes. Per bedankje kom je daarmee onder de € 0,10 uit, tegenover ongeveer € 0,50 tot € 1 voor gekocht zaadpapier.

Het verschil zit dus niet in het geld maar in de tijd. Bij 50 kaartjes bespaar je grofweg € 25 tot € 45 en kost het je twee middagen.

Er een naam op krijgen

Zaadpapier gaat niet door een printer: het is te dik, te onregelmatig, en de hitte van een laserprinter is slecht voor het zaad. Alles moet dus met de hand of met een stempel.

Een gewone balpen werkt, maar drukt in het zachte vel. Een fineliner op waterbasis of een gelpen geeft een mooier resultaat; een viltstift op alcoholbasis vloeit uit in de vezels. Test het één keer op een mislukt vel voordat je 50 kaartjes bederft.

Een stempel met de naam en de datum is de snelste route, en met stempelinkt op waterbasis is er geen risico voor het zaad. Laat de inkt een uur drogen voordat je het kaartje in een zakje doet.

Wil je een gedrukt kaartje én zaadpapier, hang ze dan los aan elkaar: het gedrukte kaartje met de namen, en het zaadvelletje eraan met de zaai-instructie. Zie het kaartje dat eraan hangt.

Hoe lang het te bewaren is

Dit is de vraag die niemand beantwoordt, en juist bij een geboorte doet hij ertoe: bedankjes worden vaak weken tot maanden van tevoren gemaakt.

Het papier zelf blijft eindeloos goed. Het zaad niet: de kiemkracht van bloemzaad neemt na verloop van tijd af, en dat gaat sneller als het warm of vochtig ligt. Zaad dat droog, koel en donker bewaard wordt, blijft het langst bruikbaar.

Praktisch betekent dat: maak het zaadpapier gerust in week 32, maar bewaar het als zaad en niet als bedankje. Droog, in een papieren of kartonnen doos, niet in een afgesloten plastic zak waar condens in kan ontstaan, en niet op zolder. Zo overbrugt het de maanden zonder dat de kiemkracht merkbaar zakt.

Per post versturen

Zaadpapier is bijna de ideale inhoud voor een bedankje dat de deur uit gaat: het is plat, het weegt niets en het breekt niet.

Een kaartje van 4 × 6 cm blijft samen met een geboortekaartje ruim onder de 20 g, en dat is één postzegel. Ook de dikte is geen probleem: een vel zaadpapier is een paar millimeter en de grens ligt op 3,2 cm. Zie de maten waar de porto van afhangt.

Doe het wel in een papieren hoesje of vouw het in de kaart, niet los in de envelop. Losse zaadjes die er afvallen komen anders in de sorteermachine terecht.

Schrijf erbij wanneer het de grond in moet

Zonder instructie blijft zaadpapier liggen. Dat is de enige echte reden waarom dit bedankje mislukt, en één regel lost het op.

Zet er drie dingen op: wat het is, wanneer het gezaaid moet worden en wat eruit komt. Bijvoorbeeld: 'Leg dit velletje vanaf april op vochtige aarde, dek het licht af en houd het nat — er komen goudsbloemen uit.'

De maand is daarbij het belangrijkste woord. Zaadpapier dat in november wordt weggegeven zonder datum, wordt in november gezaaid en levert niets op. Meer over die uitleg in duurzame bedankjes.

Lees ook

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen →