Per gelegenheid

Bedankjes bij een tweede of derde kind: doe je het nog?

Peuter met blonde krullen die haar pasgeboren broertje in een lichte doek tegen zich aan houdt en hem een kus op het hoofd geeft, op een ziekenhuisbed
Foto: Tehila Hertz — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Ja, en het mag eenvoudiger. Bij een tweede of derde kind komt er in de praktijk minder bezoek en ontvang je minder post, dus je hebt minder bedankjes nodig — reken niet het aantal van de vorige keer over. Wie iets gaf, krijgt iets terug; verder is er geen regel die zegt dat het net zo groot moet zijn.

Dat het rustiger is, is normaal

Vrijwel elke ouder van een tweede kind merkt hetzelfde: er komen minder kaarten, minder cadeaus en minder bezoekers dan bij het eerste. Op fora wordt daar met enige teleurstelling over geschreven, en die reactie is begrijpelijk.

Het is geen desinteresse. Bij een eerste kind is alles nieuw, ook voor de omgeving: mensen willen de baby zien én zien hoe jij het doet. Bij een tweede weten ze allebei al hoe het gaat, en ze weten bovendien dat er een peuter in huis is die het bezoek anders maakt.

Praktisch gezien is dat gunstig voor dit onderwerp. Minder bezoek is minder bedankjes, minder rekenwerk en minder kosten. Wat er niet minder van wordt is de vraag hoe je het aanpakt, want die is bij kind twee wezenlijk anders dan bij kind één.

Reken opnieuw in plaats van over

De grootste fout bij een tweede kind is het aantal van de vorige keer aanhouden. Wie toen 40 bedankjes maakte, maakt er nu 40 en houdt er 15 over.

Maak dus een nieuwe lijst, en houd er rekening mee dat drie groepen kleiner zijn geworden. De nieuwsgierige kennissen komen niet meer. De collega's die de eerste keer langskwamen sturen nu een bericht. En de verdere familie ziet je toch op de verjaardag.

Wat gelijk blijft of zelfs groeit: de mensen die praktisch helpen. Buren die de oudste ophalen, de oppas, de ouders van vriendjes uit de klas. Die groep bestaat bij een eerste kind nog helemaal niet. Zie hoeveel bedankjes je nodig hebt voor de rekenmanier.

Soberder mag, en niemand merkt het

Er bestaat geen ongeschreven regel dat kind twee hetzelfde moet krijgen als kind één. Toch voelen veel ouders die verplichting wel, meestal uit een soort rechtvaardigheidsgevoel tegenover het kind zelf.

Dat gevoel klopt niet met de werkelijkheid, om een eenvoudige reden: het bedankje is niet voor het kind. Het is voor de bezoeker, en die vergelijkt het niet met wat hij vier jaar geleden kreeg. Als er iemand later terugkijkt en verschillen ziet, ben jij dat.

Wil je die vergelijking helemaal voorkomen, dan is er één manier die goed werkt: kies hetzelfde soort bedankje maar een andere kleur of een ander kaartje. Dan is het herkenbaar dezelfde familie zonder dat het een kopie is, en het scheelt je bovendien het zoekwerk.

Hergebruik van het ontwerp

Mag je het kaartje van de vorige keer opnieuw gebruiken, met alleen een andere naam? Ja, en het is verstandiger dan het klinkt.

Een gezin dat twee keer hetzelfde soort kaartje stuurt, ziet er samenhangend uit. Bij de ontvangers die beide kaartjes bewaarden — en dat zijn er meer dan je denkt, grootouders voorop — staan ze naast elkaar en hoort het bij elkaar. Bovendien heb je het bestand nog en weet je al welk papier erdoor past.

Er is één praktisch punt. Bewaar het originele bestand en niet alleen een pdf, want in een pdf is de naam niet meer te wijzigen. Wie dat de eerste keer niet deed, laat een drukker het overtypen; dat kost meestal weinig. Zie een bestaand ontwerp opnieuw laten drukken.

Wie de vorige keer wél iets gaf en nu niet

Bij een tweede kind schuift de wederkerigheid, en dat levert een lastige vraag op waar nergens een antwoord op staat: bedank je iemand die de eerste keer een cadeau gaf en nu alleen een appje stuurde?

Ja, en zonder er iets bij te denken. Een bedankje hangt aan het bezoek en aan het gebaar, niet aan de waarde ervan. Wie langskomt krijgt iets mee; wie een bericht stuurt krijgt een bericht terug.

Andersom gebeurt het ook: iemand die de eerste keer niets gaf komt nu wel met een cadeau, omdat de verhoudingen veranderd zijn. Ook daar hoeft niets tegenover te staan behalve hetzelfde zakje dat de rest krijgt. Zodra je gaat bijhouden wie wat deed, ben je iets anders aan het doen dan bedanken.

De grote broer of zus doet mee

Er is één ding dat bij een tweede kind wél nieuw is, en dat maakt het interessanter dan bij het eerste: er loopt een kind in huis dat kan helpen.

Zakjes vullen, stickers plakken, kaartjes in een stapel leggen — voor een kind van vier tot acht is dat een taak die precies de goede grootte heeft, en het is een van de weinige momenten in de kraamtijd waarop de oudste iets mag doen dat er echt toe doet. Dat het niet perfect wordt is de bedoeling.

Zet er dan ook zijn of haar naam op het kaartje bij. Niet omdat het hoort, maar omdat het klopt: het is ook zijn of haar broertje of zusje, en de bezoekers komen voor het gezin. Eén regel volstaat, bijvoorbeeld de drie namen onder elkaar.

Bij weinig verschil in leeftijd

Komen de kinderen kort na elkaar — binnen twee jaar — dan valt de kraamtijd van het tweede kind soms nog in de nasleep van het eerste. Bezoekers die er net waren, komen opnieuw, en de kring is vrijwel identiek.

In dat geval is er weinig reden om iets nieuws te bedenken. Dezelfde inhoud, hetzelfde zakje, een ander kaartje: klaar. Als er nog voorraad ligt van de vorige keer, controleer dan alleen de houdbaarheidsdatum voordat je hem gebruikt.

Bij een groot leeftijdsverschil — zeven of acht jaar — ligt het omgekeerd. De vriendenkring is dan veranderd, de collega's zijn andere mensen, en het voelt voor iedereen weer als een eerste kind. Dan mag het ook weer uitgebreider, en dat is geen inconsequentie maar een andere situatie.

Lees ook

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen →